Opperneuroot
Nadat ik twee weken vrijwillig werkloos thuis zat en manlief en ik lange actielijsten voor ons trouwfeest hadden afgewerkt, mocht ik mij laatst weer melden op ‘t werk. Dat bestaat voor 90 procent uit computeractiviteiten, dus het eerste wat ik dagelijks doe is dat apparaat aanzetten. Vlak voor mijn vakantie schonk onze lieftallige organisatie kantoorgenootje en mij een stel übermoderne flatscreens, dus ik had er zelfs bijna zin in!
Tijdens het traditiegetrouw uitvoeren van mijn dagopstartrituelen – hier spreekt uw opperneuroot – bleek mijn computer wel èrg lang de tijd te nemen voor het inloggen op het bedrijfsnetwerk. Te lang. Dan weet je het eigenlijk al hè? Er is iets. En toen liep-ie vast. Prompt werd mijn Nieuwe Grote Leerdoel op de proef gesteld. Want, controlefreak als ik ben, ik maak me nogal snel druk over dingen. Dingen, zaken, kwesties, ik weet overal wel raad mee. Daar word ik de laatste tijd een beetje moe van en gelukkig bereikte mij tijdens mijn vakantie pijnlijk doch helder het inzicht dat het best goed zou zijn om te proberen me minder druk te maken. Bovendien ben ik dan ook leuker gezelschap voor kantoorgenootje, die mijn ongecensureerde gebries dagelijks moet aanhoren.
Ik mocht dus direct flink gaan werken aan mijn leerdoel, want ‘het systeem lag er uit’, zoals ze dat dan zeggen. Niemand snapt precies wat dat betekent, maar iedereen weet: je kunt niks doen en dat is een Probleem, want de week is kort en tijd is geld. Gelukkig gaat dat over geld bij ons als non-profitorganisatie niet zo op. (Sterker nog, we waren laatst nog uitgebreid in het nieuws vanwege een tekort van 12 miljoen… Gaat er al een lampje branden?)
Hoedanook, ik werd geacht deze arbeidstagnatie te kunnen hendelen en als het even kon moest dat zonder woede-uitbarstingen. En ja, dat lukte. Luieren op het werk bleek absoluut mijn ding. Kantoorgenootje en ik hebben de ganse dag op vredige wijze doorgebracht met oude viva’s, twitteren, doelloos keuvelen, ikzieikziewatjijnietziet-en, talloze pogingen tot inloggen, rustig blijven als dat weer niet lukte en rondjes lopen door het gebouw. Geen bijster zinvolle activiteiten, vooral niet na een vakantie van twee weken en in de stellige wetenschap dat er een overvolle mailbox op me wachtte. Maar wat dan nog? Daar kon ik niet mee zitten, hoor.
Integendeel. Door het digitale defect drongen kantoorgenootje en ik warempel door tot een diepere existentiële laag. Het stelde ons in de gelegenheid tot het stellen van onmiskenbaar relevante vragen, zoals: waar gaat het heen met het vak van de maatschappelijk werker als zij haar vak niet meer zonder computer kan uitoefenen? en: kan een mailbox na een x-aantal ongelezen e-mails ontploffen? en ook: wat zullen we straks gaan doen? Vanwege de storing mochten we een uurtje eerder weg, dus tot het verzinnen van antwoorden kwamen we die dag niet meer. Gelukkig maar. Hadden we de volgende dag ook nog iets te doen.
